De literaire verwerking van de Vlaamse schrijfster van de dood van haar man, de dichter Herman de Coninck (1944-1997).
Titel
Taal zonder mij
Auteur
Kristien Hemmerechts
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: Atlas, 1998
149 p.
ISBN
90-450-0133-0

Andere formaten:

Besprekingen

Ter ere van de afwezigheid

De doden hebben geen privacy - Kristien Hemmerechts vermeldt het een paar keer in Taal zonder mij, haar boek over het afscheid van Herman de Coninck. De titel - hoe kon het anders - is een stuk uit een gedicht van De Coninck, dat erover gaat hoe hij, naar zijn gevoel, zichzelf steeds meer in zijn poëzie uittekende, en daar zo beter in omschreven raakte dan in het echte leven. 'Herman zei altijd dat hij in zijn gedichten de man ontwierp die hij zou willen zijn, dat in zijn gedichten zijn betere ik aan bod kwam,' schrijft Kristien Hemmerechts. Daar wilde hij de essentie van de levenservaring reduceren tot enkele eenvoudige, elementaire uitspraken. 'Het is een soort niets dat ik zoek. Wat je overhoudt / als je uit de kom van je beide handen hebt willen drinken: / je beide handen (...),' staat in Vingerafdrukken. In dit niets wou hij zelf meer en meer verdwijnen, schrijft Hemmerechts nog. Tot er uiteindelijk, zo voorspelde hij, alleen nog 'taal zonder mij' zou overblijven.

Zoveel van wat hij ooit geschreven heeft is ondertussen uitgekomen. Niet moeilijk: hij oefende zich al geruime tijd in het afscheid nemen, in er niet meer zijn - hij had het al zo vaak in het vooruitzicht gesteld. "Ik oefen dood, om het te kunnen, op een dag," staat er in Schoolslag (1994), een bundel waarin, zegt de flaptekst, "er nogal wat dood aanwezig is." Vandaar ook dat zo vele stukken uit zijn poëzie op doodsprentjes geciteerd werden.

En kijk: in dit boek, in feite een lang uitgevallen doodsprentje, citeert Kristien Hemmerechts uitvoerig met gevoel geladen stukken uit zijn poëzie. Stukken die, nu hij er niet meer is, nog meer emotionele betekenis hebben gekregen. "Het was daarom ook zo makkelijk om zijn begrafenis zonder priester of mis te organiseren. Met zulke teksten heb je geen behoefte aan een officiële liturgie. Herman had zijn eigen liturgie ontworpen." Door hem grondig te lezen probeert ze in een laatste poging hem met taal te omarmen, dichter bij hem te komen,…Lees verder

Heftige deelneming

Wanneer ik Herman de Coninck nog eens herlees, zal ik aan hem moeten denken als aan de dichter in de Delhaize. Een man die boodschappen doet om soep te maken voor ,,zijn poesje''. Hij duwt een prozaïsch karretje voort met daarin een pak asperges. Zijn Delhaize-kaart wordt aan de kassa door de computer gehaald en op de afrekening drukt de intelligente machine onder het saldo de bijeengespaarde punten en ook nog Tot ziens, meneer De Coninck . Herkent de caissière hem als de schrijver van De lenige liefde ? Waarom zou ze. Maar na 22 mei 1997 verschijnt de dichter met het karretje niet meer in de supermarkt - hij is op een stoep in Lissabon gebleven - en ondanks de legendarische harteloosheid van de computer levert de opgemerkte afwezigheid van haar man de weduwe een persoonlijke brief met condoléances op. Innige deelneming van Delhaize. Adieu, meneer De Coninck .

Maar op een andere keer zie ik misschien de schrijver die 's nachts niet vaak het bed deelt met zijn vrouw, omdat…Lees verder

In Taal zonder mij vraagt Kristien Hemmerechts zich onophoudelijk af wie 'haar' Herman de Coninck nu precies was. Haar getuigenis wil ze echter geenszins opvatten als een zoveelste weduwenboek (ze viseert zelfs expliciet I.M. van Connie Palmen). Hemmerechts geeft bijgevolg geen smeuïge details, maar beperkt zich tot een hoogst persoonlijk verhaal, dat zelfs eindigt in een brief aan de overleden Herman. Ondertussen heeft de lezer kennisgemaakt met een aarzelende man, die geheel in beslag werd genomen door zijn werk, maar tegelijk een grote behoefte had aan aandacht en menselijk contact. Hemmerechts probeert een genuanceerd en veelzijdig beeld op te hangen van haar partner in zijn diverse rollen, van zijn levensgeschiedenis en zijn opvattingen. Opvallend daarbij is wel hoezeer de gedachte aan de dood het verhaal (en de geschiedenis van het personage) doordrenkt.
Hemmerechts stelt zich bijzonder terughoudend op in het reveleren van details en emoties. De 'Herman' uit haa…Lees verder
Na alles wat er al over dit boek gezegd en geschreven is, valt het niet mee om er onbevangen een oordeel over te geven. Dat komt natuurlijk in de eerste plaats door de combinatie van onderwerp en auteur: dichter Herman de Coninck (1944-1997) en schrijfster Kristien Hemmerechts (1955), zijn vrouw, meer precies zijn weduwe. Zij richtte een monument in woorden op voor haar onverwacht in een ver land in vreemde armen gestorven echtgenoot, maar ontziet hem daarbij niet. De ontreddering en het verdriet zijn op ieder bladzijde voelbaar, maar de manier waarop zij dit tot uitdrukking brengt, dwingt de grootste bewondering af. Er staan tal van intieme details in dit boek en toch krijg je geen enkel moment het gevoel een gluurder te zijn. Ze citeert veel, vooral uit zijn gedichten, maar ook uit brieven en faxen, en uit ander werk. Zo komt De Coninck als het ware op papier nog eenmaal tot leven. Het schrijven moet haar troost geboden hebben en kan die wellicht ook anderen bieden. Gebonden; kleine…Lees verder

Over Kristien Hemmerechts

CC BY-SA 3.0 - Foto van/door Geert Renckens

Kristien Hemmerechts (Brussel, 27 augustus 1955) is een Vlaams auteur.

Leven en werk

Kristien Hemmerechts (officieel wordt haar voornaam gespeld als Christien) is een Vlaams schrijfster. Ze studeerde Germaanse filologie aan de Universitaire Faculteiten Sint-Aloysius (de tegenwoordige Katholieke Universiteit Leuven campus Brussel) en aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1986 promoveerde zij op het proefschrift A Plausible Story and a Plausible Way of Telling It: A structuralist analysis of Jean Rhys's novels.

Zij debuteerde in 1986 als schrijfster van fictie met drie Engelstalige verhalen in de bundel First fictions, Introduction 9' bij de Engelse uitgeverij Faber and Faber. Haar Nederlandstalige debuut en eerste korte roman was Een zuil van zout uit 1987, bij uitgeverij Houtekiet, waarvoor zij de driejaarlijkse Prijs voor het proza, van de provincie Brabant ontving. In 1990 kreeg zij de Vlaam…Lees verder op Wikipedia