Boek
Nederlands

Hier kijken we naar

+1
Hier kijken we naar
×
Hier kijken we naar Hier kijken we naar

Hier kijken we naar

In Hier kijken we naar beschrijft Hannah van Wieringen een naadloze nacht in de stad, temt een zeepaardje, telefoneert voor een open raam, bestudeert een panda, is sceptisch over wat de taal vermag, bezingt toch het woord 'alles', alsook een dode eend en een doorkijkblouse. Ze reist af naar het maanwater en neemt afscheid van een jongen die je kunt vertrouwen.
Titel
Hier kijken we naar
Auteur
Hannah Van Wieringen
Taal
Nederlands
Editie
1
Uitgever
Amsterdam: De Harmonie, 2014
42 p.
ISBN
9789076168869 (paperback)

Besprekingen

Hannah van Wieringen debuteerde met de verhalenbundel De kermis van Gravezuid, maar ze is al langer actief in het theatermilieu. Nu presenteert ze zich ook als dichteres, met de mooie bundel Hier kijken we naar. Vanaf de eerste gedichten (in feite al vanaf het motto, dat ontleend is aan de theaterauteur Harold Pinter) is duidelijk dat de bundel bedoeld is als een soort van plaatsbepaling. De titel van het openingsvers, ‘Naamdag’, lijkt te verwijzen naar een bijzondere dag, die te maken heeft met de identiteit van het ik, maar tegelijk toevallig is en allerminst uniek. Het ‘ik’ lijkt in deze gedichten vooral een nog lege plek, iets wat voortdurend anders ingevuld wordt. Het subject ligt doorgaans niet vast, maar transformeert permanent: woorden als ‘smelten’ en ‘groeien’ zijn daarvoor typisch. Hetzelfde gebeurt met tijd en ruimte. Herinnering en heden vloeien in elkaar over, en ook de ruimte wordt tot ‘niet-ruimte’ verklaard. Die bevreemdende situatie wordt trouwens als e…Lees verder
Hannah van Wieringen debuteert als dichteres (ze schreef eerder een verhalenbundel) met poëzie die het grote en het kleine met elkaar in verband wil brengen. In haar eigen woorden: 'de hele grote onmogelijkheid van het enorme volle alles' in een vlindernetje, hop, te vangen 'en dan / die opgeschepte onmogelijke veelheid / verbinden aan het verbijsterend kleine niets / laten we zeggen // aan het sneeuwklokje in het aardewerken potje / dat in een vensterbank licht staat te verzamelen / als een pietà'. Dit is authentieke, heldere en betekenisvolle poëzie die zich er niet voor schaamt in het kleine het grote te zien en te voelen, de pietà in het sneeuwklokje, de dood in het leven, of andersom. Het begint al zo vitalistisch en tegelijk sceptisch met 'naamdag': 'waar zijn we zeg / welk oord is dit / kan dit nog weg / wat is dat licht / wie zette dit skelet / wie rechtte deze rug / waar dient deze holte voor / wie strekte deze nek / wie heeft dit bed van vet / om deze botten gelegd / wie duw…Lees verder