Boek Nederlands

De rode vogel

Astrid Lindgren (auteur), Marit Törnqvist (illustrator)

De rode vogel

Astrid Lindgren (auteur), Marit Törnqvist (illustrator)
  • Vanaf 3-5 jaar
Mattias en Anna, twee arme weeskinderen, wonen en werken in erbarmelijke omstandigheden bij een boer. Ze kijken uit naar de winter, want dan mogen ze naar school. Op een ijskoude dag lopen ze naar huis en zien een rode vogel. Ze besluiten hem te volgen.
Onderwerp
Armoede Weeskinderen
Titel
De rode vogel
Auteur
Astrid Lindgren
Illustrator
Marit Törnqvist
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Zweeds
Oorspr. titel
Sunnanang
Uitgever
Amsterdam: Querido, 2003
[44] p. : ill.
Aantekening
Eerder verschenen in : Alle verhalen
ISBN
90-451-0048-7

Besprekingen

De rode vogel verscheen oorspronkelijk in 1959, het werd in het Nederlands eerder opgenomen in de verzamelbundel Alle verhalen van Astrid Lindgren uit 1992. De rode vogel is een van de kortverhalen waarin Astrid Lindgren enkele van haar favoriete thema's bij elkaar bracht: er is enerzijds de grauwe, armoedige wereld van de weesjes Mattias en Anna en anderzijds de prachtige, paradijselijke wereld achter de poort in de Zonneweide.

Voor deze nieuwe uitgave herbekeek Rita Törnqvist-Verschuur haar eerdere vertaling. De aanpassingen die ze maakte zijn een enkele keer getrouwer aan de brontekst, maar doorgaans werd vooral de Nederlandse tekst wat gemoderniseerd. Zo werd het wat ouderwetse "God betere't" van de boer uit Mira veranderd in "o wee".

Dit verhaal speelt zich af "langgeleden in de dagen van de armoede" en concentreert zich op de kinderen Mattias en Anna die "alleen op de wereld waren achtergebleven". De boer uit Mira neemt hen in huis, maar enkel…Lees verder
Mattias en Anna zijn wees en wonen bij een boer. Elke dag is het hard werken en weinig eten. Anna geeft bijna de moed op maar in de winter mogen ze naar school. Als het zover is, achtervolgt ook daar de armoede hen. Anna beseft dat school niets goedmaakt en ze wil niet meer leven. Dan vliegt er plots een rode vogel door het bos die voor hen uitvliegt. Anna en Mattias volgen en vinden de verscholen deur naar de Zonneweide waar kinderen mogen spelen en genoeg te eten krijgen. Uit angst gaan de kinderen terug naar de boer. Tot de laatste schooldag komen ze naar Zonneweide. Dan vraagt Anna waarom de deur niet dicht zit waarna ze die samen aan de binnenkant sluiten. Dit sprookje doet denken aan 'Het meisje met de zwavelstokjes' en 'De weg naar Shangrila'. Intens voel je mee met Anna die niet meer wil en met de wanhoop van Mattias. Anna is ouwelijk geworden maar mag in de Zonneweide weer kind zijn. De armoede is het sterkst verwoord in de koude aardappelen die de kinderen iedere dag te eten…Lees verder